Meer informatie over onze services?

Contact opnemen

Kewi Services B.V.

Monsterformulier Water Kewi Services B.V.
Monsterformulier Voer Kewi Services B.V.
Monsterformulier Mest Kewi Services B.V.

Gespecialiseerd in onafhankelijk advies, monstername en onderzoek van drinkwater, veevoer, mest en omgeving in de veehouderij. Doordat wij een eigen laboratorium hebben kunnen wij snel en betrouwbaar de resultaten van uw aangeleverde monsters aan u terug koppelen. Kewi Services kan uw analyses uitvoeren volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025.

Heeft u vragen over de kwaliteit van het drinkwater voor uw dieren, het veevoer of de kwaliteit van de stallucht? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op!

Advisering Omgeving

Kewi Services kan ook bemonsteren en onderzoeken uitvoeren die gericht zijn op de omgeving. Bij omgeving kunt u denken aan het aantal (eventueel specifieke) kiemen in de ruimte of op oppervlaktes. Maar onder omgeving verstaan we ook de kwaliteit van de stallucht bijvoorbeeld NH3, H2S.

Achtergrondinformatie (omgeving)

Biowasser: Een biowasser bestaat in wezen uit een absorber (zie gaswasser) en een bioreactor. De verontreinigingen worden geabsorbeerd in het continu circulerende water en worden in een, in het recirculatiesysteem geplaatste, bioreactor afgebroken.
CO2: Koolstofdioxide is een geur en kleurloos gas dat van nature voorkomt in lucht in een concentratie van 300 ppm
Gaswasser: Gaswassing is een absorptietechniek, waarbij door intensief contact tussen gas en vloeistof, verontreinigingen uit het gas in vloeistof (overwegend water) worden geabsorbeerd.
NH3: Ammoniak is een gas dat ontstaat in de mestkelder en op met mest bevuilde vloeren
H2S: Zwavelsulfide ontstaat bij afbraak van mest en heeft de geur van rotte eieren.
CO: Koolstoofmonoxide is een zeer gevaarlijk gas en kan dodelijk zijn. Het is lichter dan lucht
CH4: Methaan
Endotoxine: Zijn celwandbestanddelen van gram-negatieve bacteriën. Het endotoxine (ook wel lipide A genoemd) is een onderdeel van de lipopolysacchariden (LPS) Weergave in EU/m3
Geur: Geurconcentratie: het aantal geureenheden of snuffeleenheden per volume-eenheid. De getalwaarde van de geurconcentratie uitgedrukt in geureenheden (ou E /m 3 )
Lachgas: N2O Kleurloos gas met een licht zoete smaak en geur. Bij inademing ontstaat een bewijstzijnsdaling.
Temperatuur: De temperatuur kan worden weergegeven op schaal van graden Celcius of graden Fahrenheit.
R.V. Relatieve Vochtigheid is een fysische parameter en geeft de mate waarin de lucht bij een bepaalde temperatuur met water is verzadigd.
Fijnstof: Stof is vaak van organische oorsprong en is een drager van bacteriën en virussen.
LEL: Lower Explosion Limit   is de concentratie van explosieve gassen, die aanwezig kunnen zijn in besloten ruimtes.
L.S. Luchtsnelheid. Ventilatie gaat gepaard met luchtbeweging. LS en temperatuur moet samen worden beoordeeld om het nut of de schadelijkheid aan te tonen.
M.A.C.: Maximaal Aanvaardbare Concentratie van een schadelijke stof
PM: Micrometer (aanduiding concentratie fijnstof) Bijvoorbeeld PM 10, PM 2,5
en PM 0,5 (ultrafijnstof)
P.P.M.: Parts per milion   (als voorbeeld 100 p.p.m. = 0,01 %)
Ventilatie: Luchtverversing, deze kan op zowel kunstmatige/mechanische als op natuurlijke wijze plaatsvinden.
VOC: Vluchtige   Organische Componenten
VOS: Vluchtige   Organische Stoffen

Veevoer

Voer is enorm belangrijk als dieren moeten presteren. Er wordt zeer veel van de dieren verlangd en dit gaat niet altijd zonder problemen. Men verwacht groei, vruchtbaarheid en/of melkgift van de dieren. Voer is de grootste kostenpost op veel veehouderijbedrijven en toch vindt er op bedrijfniveau nauwelijks kwaliteitscontrole plaats. Kewi Services is onafhankelijk en gecertificeerd op het gebied van veevoeradvisering en monstering in de veehouderij.

Door monitoring is het mogelijk de kwaliteit van uw voer te bewaken. Kwalitatief goede en geschikte grondstoffen voor een bepaalde leeftijdscategorie zijn immers de basis voor een goed technisch en economisch resultaat.
Kewi Services is een bedrijf dat u onafhankelijk begeleidt in veevoeradvisering en u een volwaardig gesprekspartner kan maken met uw leverancier van veevoer. Ons labarotorium kan zowel weende- als NIR analyses verzorgen.

Kewi kan u een compleet pakket aanbieden:

  • Monstername
  • Analyse
  • Advisering
  • Optimaliseren rantsoenenWaarbij de focus komt te liggen op de volgende aspecten:
  • Aankoop- en ingangscontrole
  • Opslag, verwerking en transport
  • Kwaliteit en kwantiteit op dierniveau

Indien u meer informatie wenst zijn we uitermate bereid om de mogelijkheden in een telefonisch of persoonlijk gesprek bij u toe te lichten.

Mycotoxines

Mycotoxines zijn in toenemende mate een probleem in de grondstoffen voor veevoer.

Deze gifstoffen kunnen een sluimerend ziektebeeld geven in de gezondheid van uw dier.

Één van de nieuwe onderzoeksmogelijkheden bij Kewi Services is het onderzoek op mycotoxines.

Mycotoxines zijn gifstoffen die geproduceerd worden door schimmels en gisten. In de veehouderij worden schimmels en gisten vaak gezien op granen die in de opslag liggen te wachten om tot diervoeder verwerkt te worden.

Er zijn regelmatig problemen in de veehouderij die veroorzaakt worden door mycotoxines zoals aflatoxine, deoxynivalenol (DON), ochratoxine (OTA), T-2/HT-2 en zearalenone. Een goede detectie van mycotoxines op granen is van essentieel belang om schadelijke gevolgen voor mens en dier te voorkomen.

Kewi Services kan uw geoogste granen of diervoeder snel, nauwkeurig én goedkoop op deze meest voorkomende mycotoxines onderzoeken. Zodra Kewi Services uw monster in ontvangst neemt, kunt u de uitslag binnen 24 uur terug verwachten!

Achtergrondinformatie (veevoer)

ADL:

Acid Detergent Lignine is het gedeelte van de plant dat helemaal niet verteerbaar is. Deze lignines verdwijnen via de mest weer.

Aminozuren:

Een eiwit bestaat uit een willekeurige aaneenschakeling van bouwstenen, aminozuren genaamd. Een aantal aminozuren kan een dier niet zelf aanmaken en moeten dus via de voeding worden opgenomen. Dit worden essentiële aminozuren genoemd.

As:

Is het gedeelte van de droge stof dat overblijft na verhitting (niet brandbare deel).

Biogene Aminen:

Biogene aminen in eiwithoudende producten zijn in een te hoge concentratie in potentie allergeen of kunnen zelfs giftig zijn.Ze worden aangemaakt bij fermentatie doorbacteriën of schimmels.

Biotine:

Dit zorgt voor de intermediaire stofwisseling. Bij tekorten ziet men vaak problemen met de klauwen en krijgen dieren en ruwe huid.

Chloor:

Chloor zorgt voor de waterhuishouding en is een bouwstof van bloed.   Gebrek aan chloor zal leiden tot mindere groei en een ruw huid en/of haarkleed.

Don:

Don is een mycotoxine die o.a. verminderde voeropname en braken te weeg kan brengen.

Droge stof:

of Totaal Vaste Stof (TVS) genoemd is een aanduiding voor vaste stofdeeltjes en geleidbaarheid in een vloeistof.

DVE:

Darm Verteerbaar Eiwit. DVE is een maat voor de hoeveelheid eiwit die beschikbaar komt in de darm.

Enterobacteriën:

Kan explosief groeien in gemalen granen vooral gerst en tarwe. Kan o.a. de vruchtbaarheid zeer negatief beinvloeden.

EW:

Energiewaarde van voer bij varkens

Fermentatie:

is   het omzetten van biologische materialen met behulp van bacteriën, celculturen of schimmels in afwezigheid van zuurstof of met zuurstof.

Gisten:

Gisten kunnen bederf van voedsel veroorzaken. De gisten kunnen toxine’s vormen die schadelijk zijn voor het dier.

Grondstofsamenstelling:

  Procentuele verdeling van enkelvoudige grondstoffen in een totale voersamenstelling

IJzer:

IJzer   zorgt voor bloedhaemoglobine en zuurstoftransport in het lichaam. Tekorten leiden tot minder groei, moeizame ademhaling, bloedarmoede en bleekheid.

Kalium:

Kalium zorgt voor het transport door de celmembramen. Daarnaast is deze belangrijk voor de waterhuishouding. Mogelijke gevolgen bij een gebrek, minder voeropname en lusteloosheid.

Koper:

Koper zorgt voor bloedheamoglobine en oxidatieprocessen in het lichaam. Mindere voeropname en groei kan verschijnselen zijn van een gebrek aan koper.

Maalfijnheid:

Grootte van deeltjes na het malen van de grondstoffen. Belangrijk voor de benutting en vertering van voeders.

Magnesium:

Dit zorgt voor de botopbouw, het zenuwstelsel en prikkeloverdracht. Bij tekorten zijn de dieren prikkelbaar, agressief en vertonen ze beenzwakte.

Mangaan:

Mangaan heeft het lichaam nodig voor de voortplanting en stofwisseling. Tekorten leiden tot beengebreken en minder melkproduktie.

Mycotocinen:

Zijn bijvoorbeeld gisten of schimmels die gifstoffen produceren. Bekende schimmels die mycotoxinen produceren zijn bijvoorbeeld Fusarium en Aspergillus.

Natrium:

De waterhuishouding en o.a. het zenuwstelsel worden beinvloedt   door Natrium. Bij te korten leidt dit tot mindere voeropname, groei en een lagere melkproductie.

NDF:

Neutral detergent fibre, geeft het totaal gewicht aan celwanden weer. Daarmee kan bepaald worden hoe de verhouding is tussen celwanden en celinhoud.

NEv:

Netto Energiewaarde bij varkens.

N.I.R. :

Nabij-Infrarood-Reflectie is een onderzoeksmethode voor voer.

O.E.:

Omzetbare Energie. Energie maat voor voeders in de pluimveehouderij uitgedrukt in kcal of kJ.

OEB:

OEB staat voor onbestendige eiwitbalans. Dit kengetal geeft aan hoeveel eiwit en energie er in de pens beschikbaar komt en of deze twee componenten in balans zijn.

Ontmenging:

Door transport, opslag of mengen dat bepaalde stoffen scheiden van de samenstellende bestanddelen

pH:

is een maat voor de zuurgraad van een waterige oplossing van bijvoorbeeld brijvoeders.

Ruwe As:

Het anorganische gedeelte van de organische stof. Wordt vaak geassocieerd met zand, maar kunnen ook mineralen zijn die niet volledig zijn omgezet in organische stof.

Ruw Eiwit:

Ruw eiwit is het eiwit dat direct beschikbaar is in het voer.

Ruw Eiwit Totaal:

geeft het totale beschikbare N in het product aan.

Ruw Vet:

Ruw vet is de gemeten vetachtige stoffen in een voer. Onder andere de verzadigde en onverzadigde vetzuren zitten in deze fractie.

Schimmels:

Bekend als de pluizige gekleurde plekken. Sommige schimmels vormen al voordat hun groei zichtbaar is giftige stoffen.

Suiker:

Suikers zijn een indicatie voor de smakelijkheid en dragen bij aan de energievoorziening.

T-2:

T-2 is een mycotoxine. Bij een overdosis aan T2 ziet men bij dieren een verminderde voeropname en huidirritatie.

VCOS (%):

Een bepaling die aangeeft hoeveel procent van het voedermiddel het dier verteert en hoeveel procent er via de mest het dier verlaat.

VEM:

Voedereenheid Melk. Daarmee wordt de energievoorziening per 1.000 gram product weergegeven.

VEVI:

Voedereenheid Vleesvee intensief. Dit kengetal is vergelijkbaar met VEM, maar geeft de energievoorziening voor vleesvee aan.

VOS:

De verteerbare organische stof (VOS) wordt bepaald vanuit de drogestof.

vP:

Verteerbaar Fosfor. In de optimalisatie van diervoeders wordt de hoeveelheid verteerbaar fosfor afgestemd op de voedingsbehoefte van het dier. De verteerbaarheid van fosfor hangt af van de keuze van de grondstoffen voor de diervoerders. Ook kan de verteerbaarheid van fosfor in diervoeders worden verbetert door het toevoegen van een enzym fytase, dat fosfor beschikbaar maakt voor het dier.

Vitamine A:

Zorgt o.a. voor het gezichtsvermogen, huid , botopbouw, immuunstelsel   en slijmvliesopbouw. Bij tekorten ziet men de spieren verkrampen en zijn de dieren minder vruchtbaar.

Vitamine E:

Werkt o.a. als anti-oxidant en op het immuunsysteem. Bij gebrek aan Vitamine E ziet men moerbeihartziekte, degeneratie hart en spieren en reproductieproblemen.

Zealeron:

Mycotoxine die zwelling geeft van de vulva en de tepels. Vaak zwakke dieren die spreidzit vertonen.

Zink:

Zink is o.a. nodig voor de opbouw van de enzymen en hormonen. Bij afwijkingen kan resulteren in huidaandoeningen en doodgeboorte .

Analysemogelijkheden mest

Kewi Services kan u vaste- als ook drijfmest analyseren voor de meststoffenwetgeving. Daarnaast kunnen we ook de input en het digistaat van vergisters analyseren. Mest of faeces die de dieren produceren blijkt een steeds belangrijkere informatiebron voor het verteringsproces en de gezondheid van de dieren. De darmflora bepaalt voor 80% de immuniteit van het dier. Door onderzoek uit te voeren op de faeces kan bijvoorbeeld bepaald worden in welke mate toxinevormers aanwezig zijn. Ook kan Kewi Services vaststellen of er binnen uw populatie continue uitscheiders zijn van diverse ziekteverwekkers zoals o.a. Clostridium, Streptococcen of Salmonella. Bij diarree problemen vaststellen via sneltesters om te kijken of Rota, Corona of Clostridium de boosdoener is. Ook kunnen er parasieten in de mest voorkomen. Deze bijna onzichtbare sluipmoordenaars kunnen veel schade bij uw dieren veroorzaken. Laat u daarom snel en deskundig adviseren en vraag naar de mogelijkheden.

Achtergrondinformatie (Mest)

Drijfmest: Drijfmest is een mengsel van vaste mest en vloeibare mest van dierlijke oorsprong.
Mest: Mest bestaat over het algemeen uit min of meer verteerde dierlijke uitwerpselen al of niet vermengd met stro. Het wordt gebruikt om de bodem vruchtbaarder te maken.
Urine: Urine is een lichaamsvloeistof met afvalstoffen, overtollige stoffen die door mensen en andere gewervelden via de urinewegen wordt afgescheiden.
Stikstof: Stikstof is het meest bekende voedingselement in mest. Planten nemen voornamelijk nitraat op voor hun stikstofvoorziening. Stikstof is nodig voor de groei van alle groene delen en vorming van plantaardige eiwitten.De gebruiksnormen voor stikstof zijn gebaseerd op de Nitraatrichtlijn. De stikstofgebruiksruimte geeft aan hoeveel stikstof maximaal mag worden aangevoerd om de landbouwgrond die op dat moment in gebruik is te bemesten. De maximale hoeveelheid stikstof is afhankelijk van de norm die bij het gewas en de grondsoort hoort waarop geteeld wordt en van de totale oppervlakte landbouwgrond die dat jaar in gebruik is.
Gebruikersnormen: Voor het bemesten van landbouwgrond mag u maximumhoeveelheden dierlijke mest, stikstof en fosfaat gebruiken. Zie gebruiksnormen 2017
Fosfaat: P2O5 Het element fosfor wordt in de bodem teruggevonden in fosfaat en wordt ook in deze vorm door de planten opgenomen.De totale fosfaatgebruiksruimte wordt bepaald aan de hand van de totale oppervlakte die in gebruik is. Tevens wordt er gekeken naar de hoeveelheid fosfaat die in de bodem van de betreffende grond aanwezig is. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar drie categorieën: laag, neutraal en hoog.
Fosfor: Fosfor is een element (P). Omrekening naar Fosfaat is keer 2.29
Kali: Kali (K) is een element. Voor omrekening naar Kalium (K2O) moet men het vermenigvuldigen met 1.2.
Kalium: Kalium is, in tegenstelling tot stikstof en fosfaat, geen bouwstof, maar beïnvloedt de stevigheid van de plant.
Vaste mest Vaste mest of stapelbare mest afkomstig van dierlijke oorsprong. Ook wel stalmest genoemd.
Zwavel: Zwavel is nodig voor de aanmaak van eiwitten en aminozuren in planten en heeft invloed op de waterhuishouding.

Contactformulier

Wij nemen z.s.m. contact met u op.

Voornaam *
Achternaam *
Email *
Telefoonnummer

Onderwerp

Opmerkingen/vragen