Veevoer

Veevoer is de grootste kostenpost op veel veehouderijbedrijven. Desondanks is er weinig inzicht in de kwaliteit van het voer of de gebruikte grondstoffen. Kewi Services kan uw voer optimaliseren maar ook controleren op kwaliteit zoals o.a. voederwaarde, grondstofsamenstelling, maalfijnheid, mycotoxines, gisten, schimmels en enterobacteriën.

 

Achtergrondinformatie (veevoer)

ADL:

Acid Detergent Lignine is het gedeelte van de plant dat helemaal niet verteerbaar is. Deze lignines verdwijnen via de mest weer.

Aminozuren:

Een eiwit bestaat uit een willekeurige aaneenschakeling van bouwstenen, aminozuren genaamd. Een aantal aminozuren kan een dier niet zelf aanmaken en moeten dus via de voeding worden opgenomen. Dit worden essentiële aminozuren genoemd.

As:

Is het gedeelte van de droge stof dat overblijft na verhitting (niet brandbare deel).  

Biogene Aminen:

Biogene aminen in eiwithoudende producten zijn in een te hoge concentratie in potentie allergeen of kunnen zelfs giftig zijn.Ze worden aangemaakt bij fermentatie doorbacteriën of schimmels.

Biotine:

Dit zorgt voor de intermediaire stofwisseling. Bij tekorten ziet men vaak problemen met de klauwen en krijgen dieren en ruwe huid.

Chloor:

Chloor zorgt voor de waterhuishouding en is een bouwstof van bloed.   Gebrek aan chloor zal leiden tot mindere groei en een ruw huid en/of haarkleed.

Don:

Don is een mycotoxine die o.a. verminderde voeropname en braken te weeg kan brengen.

Droge stof:

of Totaal Vaste Stof (TVS) genoemd is een aanduiding voor vaste stofdeeltjes en geleidbaarheid in een vloeistof.

DVE:

Darm Verteerbaar Eiwit. DVE is een maat voor de hoeveelheid eiwit die beschikbaar komt in de darm.

Enterobacteriën:

Kan explosief groeien in gemalen granen vooral gerst en tarwe. Kan o.a. de vruchtbaarheid zeer negatief beinvloeden.

EW:

Energiewaarde van voer bij varkens

Fermentatie:

is   het omzetten van biologische materialen met behulp van bacteriën, celculturen of schimmels in afwezigheid van zuurstof of met zuurstof.

Gisten:

Gisten kunnen bederf van voedsel veroorzaken. De gisten kunnen toxine's vormen die schadelijk zijn voor het dier.

Grondstofsamenstelling:

  Procentuele verdeling van enkelvoudige grondstoffen in een totale voersamenstelling

IJzer:

IJzer   zorgt voor bloedhaemoglobine en zuurstoftransport in het lichaam. Tekorten leiden tot minder groei, moeizame ademhaling, bloedarmoede en bleekheid.

Kalium:

Kalium zorgt voor het transport door de celmembramen. Daarnaast is deze belangrijk voor de waterhuishouding. Mogelijke gevolgen bij een gebrek, minder voeropname en lusteloosheid.

Koper:

Koper zorgt voor bloedheamoglobine en oxidatieprocessen in het lichaam. Mindere voeropname en groei kan verschijnselen zijn van een gebrek aan koper.

Maalfijnheid:

Grootte van deeltjes na het malen van de grondstoffen. Belangrijk voor de benutting en vertering van voeders.

Magnesium:

Dit zorgt voor de botopbouw, het zenuwstelsel en prikkeloverdracht. Bij tekorten zijn de dieren prikkelbaar, agressief en vertonen ze beenzwakte.

Mangaan:

Mangaan heeft het lichaam nodig voor de voortplanting en stofwisseling. Tekorten leiden tot beengebreken en minder melkproduktie.

Mycotocinen:

Zijn bijvoorbeeld gisten of schimmels die gifstoffen produceren. Bekende schimmels die mycotoxinen produceren zijn bijvoorbeeld Fusarium en Aspergillus.

Natrium:

De waterhuishouding en o.a. het zenuwstelsel worden beinvloedt   door Natrium. Bij te korten leidt dit tot mindere voeropname, groei en een lagere melkproductie.

NDF:

Neutral detergent fibre, geeft het totaal gewicht aan celwanden weer. Daarmee kan bepaald worden hoe de verhouding is tussen celwanden en celinhoud.

NEv:

Netto Energiewaarde bij varkens.

N.I.R. :

Nabij-Infrarood-Reflectie is een onderzoeksmethode voor voer.

O.E.:

Omzetbare Energie. Energie maat voor voeders in de pluimveehouderij uitgedrukt in kcal of kJ.

OEB:

OEB staat voor onbestendige eiwitbalans. Dit kengetal geeft aan hoeveel eiwit en energie er in de pens beschikbaar komt en of deze twee componenten in balans zijn.

Ontmenging:

Door transport, opslag of mengen dat bepaalde stoffen scheiden van de samenstellende bestanddelen

pH:

is een maat voor de zuurgraad van een waterige oplossing van bijvoorbeeld brijvoeders.

Ruwe As:

Het anorganische gedeelte van de organische stof. Wordt vaak geassocieerd met zand, maar kunnen ook mineralen zijn die niet volledig zijn omgezet in organische stof.

Ruw Eiwit:

Ruw eiwit is het eiwit dat direct beschikbaar is in het voer.

Ruw Eiwit Totaal:

geeft het totale beschikbare N in het product aan.

Ruw Vet:

Ruw vet is de gemeten vetachtige stoffen in een voer. Onder andere de verzadigde en onverzadigde vetzuren zitten in deze fractie.

Schimmels:

Bekend als de pluizige gekleurde plekken. Sommige schimmels vormen al voordat hun groei zichtbaar is giftige stoffen.

Suiker:

Suikers zijn een indicatie voor de smakelijkheid en dragen bij aan de energievoorziening.

T-2:

T-2 is een mycotoxine. Bij een overdosis aan T2 ziet men bij dieren een verminderde voeropname en huidirritatie.

VCOS (%):

Een bepaling die aangeeft hoeveel procent van het voedermiddel het dier verteert en hoeveel procent er via de mest het dier verlaat.

VEM:

Voedereenheid Melk. Daarmee wordt de energievoorziening per 1.000 gram product weergegeven.

VEVI:

Voedereenheid Vleesvee intensief. Dit kengetal is vergelijkbaar met VEM, maar geeft de energievoorziening voor vleesvee aan.

VOS:

De verteerbare organische stof (VOS) wordt bepaald vanuit de drogestof.

vP:

Verteerbaar Fosfor. In de optimalisatie van diervoeders wordt de hoeveelheid verteerbaar fosfor afgestemd op de voedingsbehoefte van het dier. De verteerbaarheid van fosfor hangt af van de keuze van de grondstoffen voor de diervoerders. Ook kan de verteerbaarheid van fosfor in diervoeders worden verbetert door het toevoegen van een enzym fytase, dat fosfor beschikbaar maakt voor het dier.

Vitamine A:

Zorgt o.a. voor het gezichtsvermogen, huid , botopbouw, immuunstelsel   en slijmvliesopbouw. Bij tekorten ziet men de spieren verkrampen en zijn de dieren minder vruchtbaar.

Vitamine E:

Werkt o.a. als anti-oxidant en op het immuunsysteem. Bij gebrek aan Vitamine E ziet men moerbeihartziekte, degeneratie hart en spieren en reproductieproblemen.

Zealeron:

Mycotoxine die zwelling geeft van de vulva en de tepels. Vaak zwakke dieren die spreidzit vertonen.

Zink:

Zink is o.a. nodig voor de opbouw van de enzymen en hormonen. Bij afwijkingen kan resulteren in huidaandoeningen en doodgeboorte .