Drinkwater kan een grote verspreider van ziektekiemen binnen de veehouderij zijn.

 

 

Achtergrondinformatie (water)

 

Aerobisch:

Een proces dat plaatsvindt in de aanwezigheid van zuurstof.

Ammonium:

Als ammonium zich in een erg basische PH-waarde bevindt (PH>7), dan kan het worden omgezet in het schadelijke ammoniak gas. Ammoniak kan leiden tot irritatie van de darmwand en aantasting van de longen. Een verhoogd gehalte aan ammoniak kan bij varkens tot prestatievermindering leiden.

Anaerobisch:

Een proces dat plaatsvindt in de afwezigheid van zuurstof.

Anoliet:

Door ionisatie van keukenzout en water ontstaat anoliet en katholiet.  Anoliet  is een zeer krachtig desinfectans. 

Arseen:

Arseen kan effect hebben op verschillende orgaansystemen, waaronder de huid en de ademhalings-, hart- en vaat-, immuun-,  zenuw- en voortplantingssystemen.

Bacteriën:

Microscopisch kleine eencellige organismen, die zich reproduceren door middel van de splitsing van sporen.

Beschikbaar chloor:

Een maat voor de hoeveelheid chloor die beschikbaar is in gechloreerde kalk, hypochloride stoffen en andere materialen.

Boor:

Chronische blootstelling aan boorverbindingen kan tot maag- darmirritaties leiden. 

Borium:

Verstoord de hormoonhuishouding en kan leiden tot vruchtbaarheidsproblemen. Is een kankerverwekende stof

Biofilm:

Populatie van verschillende micro-organismen, gevangen in een laag van slijm en uitscheidingsproducten, die vastgemaakt zit aan een oppervlak.

Calcium:

Is het mineraal dat in de grootste hoeveelheid is het dier is terug te vinden. Calcium is een van de belangrijkste grondstoffen voor het skelet.

Carbonaathardheid:

Hardheid van water veroorzaakt door carbonaat- en bicarbonaatbijproducten van calcium en magnesium.

Chloordioxide:

Is een geel groen gas met een prikkelende geur. Het werkt sterk kiemdodend, breekt de biofilm af en voorkomt heropflakkering van microbiële groei in het drinkwater.

Chloor / Chlorering:

Een waterzuiveringsproces waarbij chloor voor desinfectie aan water wordt toegevoegd, om de aanwezige micro-organismen te doden. Het wordt ook gebruikt bij de oxidatie van onzuivere stoffen in het water. Chloor kan wel verbindingen aangaan met andere stoffen en daardoor kankerverwekkend worden.

Chloride:

Natrium en chloride reageren tot natriumchloride, dat behoort tot de zouten. Door een teveel aan zouten verandert de smaak van het water. Hierdoor gaan de dieren minder drinken, waardoor ze weer minder voer opnemen en minder presteren. Bovendien kan een overmaat van zouten leiden tot diarree.

Clostridium:

Bij verstoring van de darmflora kan overmatige groei optreden waardoor diarree al dan niet met complicaties kan ontstaan.

Coccidiose:

Is een parasiet die lange tijd kan overleven in de omgeving. Gaat vaak gepaard met waterige diarree, achterblijvende groei en sterfte.

Coliforme bacteriën:

Bacteriën die gebruikt worden als indicatoren van verontreinigingen en pathogenen als ze in water gevonden worden. Coliforme bacteriën als E.Coli en Salmonella kunnen diarree veroorzaken. De ernst van de diarree is afhankelijk van de soort bacterie, het immuunsysteem van het dier en de hoeveelheid bacteriën die door het lichaam geabsorbeerd wordt. Als de bacteriën in de bloedbaan komen zijn de gevolgen groter dan wanneer alleen het maagdarmkanaal geïrriteerd wordt.

Enterobacterie:

Bevat een grote familie bacteriën waaronder ook de bekende Salmonella en E-coli behoren.

Enterococcen:

Zijn bacteriën die normaal voorkomen in het darmkanaal van mens en dier. Er zijn echter Enterococcensoorten die tot problemen kunnen leiden. Enterococcen kunnen onder andere kreupelheid, slechte groei en verhoogde uitval veroorzaken.

E.S.B.L.:

Staat voor Extended Spectrum Beta Lactamase.  Het vormt een grote groep van stoffen die bepaalde groepen antibiotica onschadelijk kunnen maken.

Eschericha coli (E. coli):

Een Coliformbacterie die vaak in verband wordt gebracht met menselijk en dierlijk afval en gevonden wordt in de darmen. Deze bacterie wordt bij gezondheidsinstituten en privé-laboratoria gebruikt om de zuiverheid van het water te meten.

Facultatieve bacteriën:

Bacteriën die zowel onder aërobische als anaërobische omstandigheden kunnen leven.

Gisten:

Gisten kunnen bederf van voedsel veroorzaken. De gisten kunnen toxine’s vormen die schadelijk zijn voor het dier.

Hardheid:

Een te hoge hardheid van het water kan leiden tot verstopping van de drinkwaterinstallatie. Hierdoor kan de watergift flink afnemen.

Kalium:

Een teveel aan kalium vermindert de magnesiumabsorptie. Een ernstig tekort aan magnesium kan leiden tot spiersamentrekkingen en krampen.

Humuswater:

Geeft een helder gelige kleur aan water wat duidt op humusrijk water. De combinatie van ijzer en oud organisch materiaal (plantenresten) zijn hiervan de oorzaak. Vaak is het water iets zuur en is het verder niet schadelijk. 

IJzer:

IJzer zet zich af tegen de leidingen, drinknippels, et cetera. Een te hoog ijzergehalte kan leiden tot verstopping van de drinkwaterinstallatie, waardoor de watergift afneemt. IJzer bepaalt daarbij ook deels de smaak van water. Door een te hoog ijzergehalte kunnen de dieren minder gaan drinken.

Kalk:

Een veelgebruikte waterbehandelingschemicalie. Kalk kan afgezet worden en leiden tot verstopping van drinkwaterinstallaties, nadat het met calcium gereageerd heeft om kalkaanslag te vormen.

Kalium:

Een te hoog kaliumgehalte staat opname van magnesium in de weg. Een tekort aan magnesium kan spiersamentrekkingen en kramp veroorzaken.

Magnesium:

Wordt ook wel antistress-mineraal genoemd. Dit mineraal is een belangrijke voedingsstof voor de hersenen. Het verhoogd de weerstand tegen stress.

Mangaan:

Mangaan kan neerslaan op de leidingen en drinknippels. Een te hoog mangaangehalte leidt tot verstopping van de drinknippels. Bovendien geeft het een metaalachtige smaak aan het water, wat kan leiden tot verminderde wateropname.

Micro-organismen:

Organismen die zo klein zijn dat ze alleen met een microscoop waargenomen kunnen worden, bijvoorbeeld bacteriën, schimmels of gisten.

MRSA :

Is een antibioticaresistente vorm van Staphlococcus aureus en komt wijdverspreid voor in de veehouderij.  Doordat MRSA bacteriën multiresistent zijn, kunnen veel soorten antibiotica de bacteriën niet meer remmen in hun groei of doden. Dat maakt infecties door MRSA moeilijk te behandelen.

Mycoplasma:

Een geslacht met de kleinste vrij levende bacteriën als veroorzaker van o.a.longontsteking. De afwezigheid van een celwand maakt ze ongevoelig voor betalactamantibiotica (zoals penicilline). 

Natrium:

Natrium en chloride reageren tot natriumchloride, dat behoort tot de zouten. Door een teveel aan zouten verandert de smaak van het water. Hierdoor gaan de dieren minder drinken, waardoor ze weer minder voer opnemen en minder presteren. Bovendien kan een overmaat van zouten leiden tot diarree.

Nitraat:

Bacteriën zetten nitraat om in nitriet. Een te hoog nitrietgehalte kan leiden tot vruchtbaarheidsproblemen.

Nitriet:

Bacteriën zetten nitraat om in nitriet. Een te hoog nitrietgehalte kan leiden tot vruchtbaarheidsproblemen.

Nitrificatie:

Een biologisch proces, gedurende welke nitrificerende bacteriën giftig ammonia omzetten in het minder schadelijke nitraat.

Omgekeerd Osmose proces:

Het Omgekeerde Osmose (OO) proces gebruikt een semi-permeabel membraan om opgeloste vaste stoffen, organische stoffen, pyrogenen, submicro colloïdale materie, virussen, en bacteriën van water te scheiden. Dit proces wordt ‘omgekeerde’ osmose genoemd, omdat het druk vereist om puur water door een membraan te persen, terwijl alle onzuiverheden achterblijven.

Organisch materiaal:

Stoffen bestaande uit (dode) planten of dierlijke materie, met een koolwaterstofstructuur.

Osmose:

Watermoleculen die op natuurlijke wijze door membranen gaan naar de kant met de grootste concentratie opgeloste onzuiverheden.

Pathogenen:

Ziekte-veroorzakende micro-organismen.

pH:

De waarde die bepaalt of een stof zuur, neutraal of basisch is. De pH wordt berekend met het aantal waterstofionen dat aanwezig is. Het wordt gemeten op een schaal van 0 tot 14, waarbij 7 voor ‘neutraal’ staat. Wanneer de pH-waarde onder de 7 ligt, wijst dit erop dat een stof zuur is, pH-waarden boven 7 wijzen erop dat een stof basisch is. De pH-waarde heeft grote invloed op de oplosbaarheid van bepaalde stoffen. Bij een lage pH kunnen veel zouten opgelost worden in het water. Bij een hoge pH is de omzetting van ammonium naar ammoniak groter. Bovendien kan een lage pH de leidingen aantasten.

Probiotica:

Is een voedingsmiddel met levende micro-organismen waaraan een gezondheidsbevorderende werking wordt toegeschreven. Het zijn levende micro-organismen die wanneer in voldoende hoeveelheden toegediend een gunstig effect hebben op de gastheer.

Redox:

Afkorting voor reductie/oxidatiereacties. Redoxreacties zijn een aantal reacties van stoffen waarbij elektronenoverdracht plaatsvindt. De stof die de elektronen ontvangt wordt de oxiderende stof genoemd.

Salmonella:

 Bacterie die vaak symptoomloos aanwezig  is op bedrijven. Kan koorts en gelige diarree veroorzaken en acute sterfte bij bijvoorbeeld vleesvarkens > 50 kg.

Schimmels:

Bekend als de pluizige gekleurde plekken. Sommige schimmels vormen al voordat hun groei zichtbaar is giftige stoffen.

Staphylococcen:

Grampositieve bolvormige bacterie die bij iedereen voorkomt in de huidflora. Stafylococcus aureus is bekend als veroorzaker van wondinfecties en voedselvergiftiging. 

Streptococcen:

Is een varkensziekte waarmee ook mensen besmet kunnen raken. In Nederland overlijdt 1 op de 34 bekende gevallen.  Bij varkens is het de meest voorkomende oorzaak van hersenvliesontsteking.  Veel soorten Streptococcen zijn ziekteverwekkers. Ze veroorzaken onder andere bacteriële gewrichtsontsteking.

Sulfaat:

Hoge concentraties sulfaat in het water kunnen diarree veroorzaken. Anorganisch sulfaat (natriumsulfaat) veroorzaakt waarschijnlijk in hoeveelheden tussen de 1.600 en 1.800 mg/liter water diarree bij biggen.

Virussen:

De kleinste op dit moment bekende levensvorm, die geen cel bezitten. Ze leven in de cellen van dieren, planten en bacteriën en veroorzaken vaak ziekten. Ze bestaan uit een chromosoom dat omringd wordt door een proteïneschaal.

Waterstofperoxide:

Bestaat uit de elementen zuurstof en waterstof en is een middel om water te desinfecteren. Waterstofperoxide is een krachtig oxideermiddel.

Zuurstof:

Zuurstof is in water oplosbaar en kan gunstig zijn in drinkwater. Omdat zuurstof heel reactief is, kan het schadelijke stoffen afbreken of als bleekmiddel functioneren.

Zwavel:

De geur van rotte eieren duidt op de aanwezigheid van zwavel. Zwavelachtige elementen zijn giftig en leiden tot agressie bij dieren, staartbijten en vechten